Spaarloonregeling

SpaarloonregelingSpaarloon: sparen met belastingvoordeel

Het is mogelijk een deel van het brutosalaris te gebruiken om met een spaarloonregeling te sparen. Het bedrag dat een werknemer op deze wijze spaart wordt niet belast, maar staat wel minimaal vier jaar vast op een geblokkeerde rekening. Na deze periode is het vrij opneembaar.
Het is mogelijk om per jaar maximaal 613 euro van het salaris apart te leggen en te sparen met een spaarloonregeling.

Spaarloonrekening

Er bestaan speciale spaarrekeningen voor het spaarloon dat een werknemer spaart via de spaarloonregeling. Deze rekening is standaard geblokkeerd voor een periode van vier jaar.
Het is mogelijk het belastingvoordeel bij eerdere opname (binnen 4 jaar) te behouden wanneer het geld wordt aangewend voor uitgaven als onbetaald verlof, aankoop eigen woning, kosten kinderopvang, het starten van een eigen onderneming, kosten voor een studie of vrijwillige pensioenpremies.

Wanneer kan er worden begonnen met de spaarloonregeling?

De werknemer kan sparen met de spaarloonregeling bij de werkgever waarbij de algemene heffingskorting wordt toegepast. Hierdoor is het maar mogelijk om bij één van de eventueel meerdere werkgevers te sparen voor de spaarloonregeling.
Het is na het vinden van een nieuwe baan pas mogelijk te beginnen met de spaarloonregeling op 1 januari van het volgende jaar. Andersom is het wel mogelijk om het maximale bedrag te sparen bij de huidige werkgever wanneer een werkgever in de loop van het jaar besluit van werkgever te wisselen.

Lagere sociale uitkeringen bij deelname aan spaarloonregeling

Er bestaan een aantal voordelen binnen de spaarloonregeling.
Allereerst is er de vrijstelling van loonbelasting over het bedrag dat de werknemer spaart voor de spaarloonregeling. Daarnaast bestaan er nog voordelen met betrekking tot de WW en de WAO/WIA. Voor deze regelingen hoeft er namelijk geen premie te worden betaalt en ook de inkomensafhankelijke bijdrage van de Zvw geldt niet voor het deel dat de werknemer spaart voor de spaarloonregeling.
Het nadeel hiervan is wel dat de uitkeringen lager zullen uitvallen als een werknemer een eventuele WW-, WAO- of Ziektewetuitkering dient te krijgen. Dit komt door het lagere bruto salaris (bruto salaris min het spaarloon) telt voor de bepaling van de hoogte van de eventuele uitkering.

Levensloop of spaarloon?

Het is voor werknemers mogelijk elk jaar te kiezen tussen de spaarloonregeling en de levensloopregeling, gelijktijdig gebruik maken van beide regelingen is niet mogelijk.

Beide regelingen hebben natuurlijk zo hun voordelen.
Bij een spaarloonregeling kan de werknemer minder sparen dan bij een levensloopregeling, het gespaarde bedrag is echter na vier jaar wel vrij te besteden.
Bij een levensloopregeling kan dit geld alleen worden ingezet tijdens onbetaald verlof. Hierdoor is de flexibiliteit lager bij een levensloopregeling dan bij een spaarloonregeling.

Gepubliceerd/update op 5 juli 2010

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*