De drie pensioenvormen

De drie pensioenvormenIn Nederland bestaat het pensioen doorgaans uit twee of drie delen. Allereerst is er het overheidsdeel (AOW), het werkgeversdeel en eventuele privéaanvullingen.

De doelstelling van het ouderdomspensioen is het besteedbaar inkomen niet achteruit te laten gaan wanneer iemand de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. In de praktijk betekent dit dat er ongeveer 70% van het verdiende salaris over moet blijven. De andere 30% betaalt een werknemer globaal aan inkomstenbelasting en premies, die als gepensioneerde niet langer afgedragen hoeven te worden.

Het overheidspensioen (AOW)

De AOW (Algemene Ouderdomswet) is er voor iedereen die in Nederland woont en dient ervoor iedereen een pensioen te geven.

De hoogte hiervan hangt af van het bruto minimumloon. Iemand met AOW zonder partner ontvangt 70% van het minimumloon, iemand met partner 50% en een alleenstaande AOW’er met jonge kinderen 90% van het minimumloon.

De AOW ligt al langere tijd onder vuur, omdat het mede door de vergrijzing een dure regeling aan het worden is. De vergrijzing ontstaat mede doordat mensen langer blijven leven en daarmee langer in de AOW blijven, daarnaast neemt het aantal ouderen in verhouding sterk toe. De huidige generatie werknemers tussen 15 en 65 betalen een deel van hun inkomen aan AOW-premie, waarvan de uitkeringen worden betaald. Iedereen die in Nederland heeft gewoond tussen het 15e en 65e levensjaar heeft een AOW-uitkering opgebouwd, waarbij de hoogte van de AOW afhankelijk is van het aantal jaren waarin de gepensioneerde tussen zijn 15e en 65ste jaar in Nederland heeft gewoond. De opbouw voor de AOW bedraagt 2% per jaar, bij 50 jaar opbouw derhalve 100%.

Werkgeverspensioen

Werkgevers zijn in de basis niet verplicht een pensioensregeling aan te bieden. Ze doen dit over het algemeen wel (al dan niet verplicht vanuit de cao) en hebben zich hierbij te houden aan de eisen van de Pensioenwet (PW).

Het is vaak verplicht deel te nemen aan deze regeling en de werkgever dient de werknemer hier dan ook goed over te informeren. Doorgaans maken ze gebruik van een van de drie pensioenvormen:

  • Uitkeringsovereenkomt, op de pensioendatum wordt een bepaald bedrag uitgekeerd, het zogenaamde middel- en eindloon.
  • Kapitaalovereenkomt,  er dient een pensioen te worden aangekocht op de pensioendatum met een vooraf bepaald kapitaal.
  • Premieovereenkomst, er wordt jaarlijks een premie gestort en met het totaal opgebouwde kapitaal dient op de pensioendatum een pensioen te worden aangekocht, het zogenaamde premiebeschikbaarstelsel.

Pensioenopbouw in eigen beheer

Het is mogelijk het overheids- en werkgeverspensioen aan te vullen met pensioenopbouw in eigen beheer.
Het pensioen aanvullen in eigen beheer kan nodig zijn aangezien met beide pensioenen (aow en werkgeverspensioen) steeds vaker niet tot 70% van het laatst verdiende loon gekomen kan worden.

Het pensioen in eigen beheer kan opgebouwd worden door middel van bijvoorbeeld een lijfrentepolis, beleggingen of spaar tegoeden (bijvoorbeeld banksparen). Ook de overwaarde op de eigen woning kan hiervoor gebruikt worden.

De lijfrentepolis en banksparen kunnen o.a. voor een fiscaal voordeel zorgen, omdat de betaalde premies en inleg kunnen worden afgetrokken (mits een pensioentekort kan worden aangetoond) en deze pas worden belast bij uitbetalingen. Hier is dan vaak tevens belastingvoordeel te behalen, aangezien in veel gevallen de uitkering in een lager tarief valt (een 65+ heeft lagere tarieven voor de inkomstenbelasting en daarnaast vaak een lager inkomen uitgaande van “maximaal 70%”) dan waartegen de betaalde premies (hogere tariefschijf) zijn afgetrokken.

Gepubliceerd/update op 1 juli 2010

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.